zondag 9 december 2012

Aangeboren Afwijking

Lang, heel lang heb ik mij afgevraagd, zijn er meer zoals ik?
Ik ben opgegroeid in een warm gezin met een liefdevolle Nederlandse moeder en een vaak ook liefdevolle broer (je weet hoe dat gaat met grote broers….). Zij leerde mij de basis van hoe een Goddelijke huisvrouw  (Nigella Lawson) te worden via eten. Dankzij haar moet een hedendaagse maaltijd minstens 1 van de volgende ingrediënten bevatten: uitgebakken spekjes, geraspte kaas of crème fraîche (maar bij voorkeur alle 3). Tja die sportschool blijft een roep in de woestijn met zo’n opvoeding.
Dat was de Hartige keuken. Ook de Zoete keuken kent zijn oorsprong bij haar. Een eerlijke cake, een heerlijke appeltaart en natuurlijk een goddelijke monchoutaart, allemaal regelrecht uit haar schoot.
God wat houd ik van haar!
Maar goed ik was dus lang in de veronderstelling dat ik haar genen had geërfd. Zo klaar als een klontje niet waar?
Nope.
Niet dus.
Niet sinds ik het volgende boek in handen kreeg: Het Nederlandse Bakboek. ‘Het Nederlandse Bakboek’ (een musthave, maar daarover straks meer).
Ik zal de eerste zin van het boek citeren en kijken of er bij jullie een lampje gaat branden:
IK BEN GEBOREN IN BRITS-GUYANA en heb Indiase voorouders.
.
..

Ja?
Brandt ie?
Hoe is het mogelijk? Toeval bestaat niet, dit kan echt niet anders dan voorbestemd zijn!
Mijn bakroots heb ik al die tijd in de verkeerde hoek van mijn keukenkastjes gezocht!
Ik dacht dat ik alleen de roti, dhal, saltfish (bakkeljauw) & bake (bara) van mijn Guyanese vader had meegekregen (oké, mijn kleurtje, achternaam en beruchte wallen onder mijn ogen daarbij buiten beschouwing gelaten).
Nope.
Niet dus.
Niet alleen schitterde hij in afwezigheid, maar blijkbaar ook in goede bakgenen.
Je begrijpt natuurlijk wel dat mijn naam “all over” het boek stond. Het lag daar in de schappen te wachten totdat ik langs zou komen, het zou pakken, kopen en vervolgens nooit meer los zou laten. Ik had dus eigenlijk geen keuze…
Ik vind het heel speciaal dat uitgerekend een Brits Guyanese dame (met een overigens onuitspreekbare naam: Gaitri Pagrach-Chandra. Ben ik er toch iets makkelijker vanaf gekomen.) een boek schrijft over de Nederlandse bakgeschiedenis.  Niet alleen vertelt zij over de oorsprong van het het bakkersvak, maar ook over de achtergrond van specifieke gerechten zoals pannenkoeken, appeltaart & brood.
Het boek is een genot om te lezen en doet je handen jeuken om met ogenschijnlijke eenvoudige ingrediënten heerlijke & eerlijke banketproducten tevoorschijn te toveren.
Kortom, een mooi cadeau voor onder de kerstboom of, als je niet langer kan wachten, een beloning voor jezelf omdat, omdat, omdat…ehm…omdat het zondag is!

Vandaag heb ik gekozen uit een kinderlijk eenvoudig recept uit dit mooie geschiedenisboek. Dit keer een hartig hapje dat erg leuk is om samen met de kinderen te maken.

Fijne zondag!

  


Kaasbolletjes

Ingrediënten
250 gram tarwebloem
Snufje chilipeper
150 gram zachte boter
250 gram geraspte oude kaas
1-2 eetlepels koud water

Verwarm de oven voor op 180°C.
Meng de bloem met de chilipeper in een kom. Doe de boter en kaas erbij met 1 eetlepel water en kneed tot een deeg. Als het erg brokkelig is, doe je er iets meer water bij. Maak van het deeg kleine balletjes ter grootte van hazelnoten (bij mij waren ze meer de grootte van een kastanje…)en schik ze met voldoende tussenruimte op de met bakpapier beklede bakplaat.

Bak de bolletjes 12-15 minuten, tot ze licht goudbruin zijn. Van te lang bakken wordt de kaas bitter. Ze zijn heerlijk als snackje tussendoor of bij de borrel. Je kan er ook kleine soepstengels van maken.

Geniet!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen